<?xml version="1.0"  encoding="UTF-8" ?>
<rss version="2.0">
<channel>  <image> <url>http://www.kinkystar.com/images/kssmall.gif</url><width>140</width> <height>134</height> <title>Kinky Star Music Centre</title>  <link>http://www.kinkystar.com</link> </image>

	
<title>Kinky Star Radio Show Reviews</title>
<link>http://www.kinkystar.com</link>
<description>Reviews www.kinkystar.com</description>
<webMaster> sebbe@kinkystar.com </webMaster>
<language>nl-be</language>
<managingEditor> radio@kinkystar.com </managingEditor>

 <item><category>Review</category> 
<guid>http://www.kinkystar.com/index.php?section=4338&amp;newsitem=17856</guid>  <title>Kid Francescoli: </title>  <description> Met dit schrijven wil ik een wijdverspreid misverstand de wereld uithelpen. Uit een recente studie blijkt dat een groot deel van de bevolking van mening is dat het studentenbestaan niets meer is dan een langgerekte orgie van drank en klungelige vrijpartijen die slechts occasioneel door het eigenlijke opdoen van kennis wordt onderbroken. Dat klopt volledig. Ik wil hier echter de aandacht vestigen op de examenperiode, de daaraan voorafgaande stress en het er op volgende koude zweet dat menig student van de verdiende nachtrust houdt.
Op het einde van elk jaar houden de braspartijen van studenten op, verstomt hun dronkenmansgezang, wordt de jacht op het andere geslacht gestaakt en trekken de studenten naar hun kamers om er zich in eenzaamheid voor te bereiden op de examens, het ultieme bewijs van wat ze gedurende een jaar hebben af- en bijgeleerd. Dat de examenperiode geen lachertje is spreekt voor zich. Sloten koffie, sloffen sigaretten en de gruwel van kabeltelevisie hebben vreselijke gevolgen op de gezondheid van onze jeugd. Alsof dat nog niet genoeg was volgt na de examens de horror van het wachten, de hel van de onzekerheid.
Om de periode voor de proclamaties door te komen zetten sommigen van de hongerige geesten het terug op een zuipen, terwijl anderen eerst naar fabrieken trekken om er geld bijeen te sprokkelen dat ze later aan de bar van één of andere kroeg zullen achterlaten. Ze werken als onderdeel van een machine in bedrijven die salami maken, monotone arbeid tussen mannen die over het lawaai heen goriteiten naar elkaar schreeuwen om de saaiheid van hun levens te vergeten. Hier droomt de student van cocktails met overbodig vers fruit, jongedames gehuld in zakdoek, het strand, de zon, Marseille en luiheid die alleen in Italië als positief wordt ervaren.
Het eerste full album van Franse band Kid Francescoli dat geen titel mee kreeg, werd uitgebracht bij Chroniques Sonores. De band bestaat uit een min of meer vaste kern rond zangeres Laetitia Abello, David Borras op keyboards en Olivier Scalia op bas, die tijdens een eerste nationale tour werd aangevuld met gastmuzikanten. Volgens eigen zeggen klinken ze melancholisch en dromerig als Air en Grandaddy, maar het is vooral de invloed van het Italiaanse schiereiland die zich laat horen in op Ennio Morricone gebaseerde melodieën. De typische wazige flou die alleen de Fransen hebben, een kitscherige knuffelfactor, un certain ‘je ne sais quoi’ en de veelheid aan zomerse invloeden zorgen ervoor dat de filmische muziek van Kid Francescoli klinkt als de zomer, zoals Ricard er naar smaakt.
De titeltrack van het album doet, zoals de band zelf aangeeft, een beetje aan Grandaddy denken. Drums zo rechtdoor dat ze enkel door autisten kunnen worden ingespeeld, keyboards die lijken te kreunen onder het gewicht van de ouderdom en een lijzige stem, badend in reverb. Het geluid van huilerige en depressieve tieners die zo typerend is voor Grandaddy wordt door Kid Francescoli vervangen door Franse melancholie die je ook op de soundtrack van jaren ’70 porno terug kunt vinden.
‘Vincent, Un Attore’, één van de songs op de plaat met een Italiaanse tekst, is zonder meer het sterkste nummer van het album. Een akoestische gitaar en keyboard zijn genoeg om de frêle meisjesstem te ondersteunen tot een song die meteen aan wiegende korenvelden, stoffige wegels, afgelijnd met cipressen, olijfolie en wijn doet denken.
Voor ‘My Favourite Comics’ worden de dwarsfluit, elektrische gitaar en de drumcomputer van de zolder gehaald. Ook hier zijn de invloeden van Grandaddy en Air niet veraf, al slaagt Kid Francescoli er niet altijd in even sterke teksten neer te zetten, waardoor het nummer net niet de beoogde intensiteit krijgt.
‘Villa Borghese’, opnieuw een nummer dat door Italië is beïnvloed, combineert strijkers, en klassieke Italiaanse gitaar met keyboards en elektronica tot een sfeervol en een aan triphop gerelateerd arrangement. Kitsch en grandeur zoals die bij Morricone, Gershwin en andere hangmatmuziek uiterst gepast is.
‘I’m not John Mc Entire’ gaat van start als de begeleidingsmuziek voor een hopeloos gedateerde voorlichtingsfilm, met blazers en speelse keyboardsriddle en komt even later weer lieflijk op zijn zomerse pootjes terecht. Retro vocals iemand?
Met dit debut heeft Kid Francescoli een plaat gemaakt die gestileerde electronica stijlvol combineert met klassieke en filmische  melodieën à la Morricone. De teksten en de opbouw van de plaat konden misschien beter, maar al bij al blijft het geheel knap overeind. Dit is een album dat doet denken aan het strand, de zon, Marseille en Italiaanse luiheid. Mag ik mamma, voor de tweede zit begint?

Piet Notteboom</description>  </item>  <item><category>Review</category> 
<guid>http://www.kinkystar.com/index.php?section=4338&amp;newsitem=17659</guid>  <title>Ghiu: </title>  <description> Ghiu – Songs without animals

De kleuterklas is niet meer dezelfde. De cavia’s, konijnen en goudvissen die het leeshoekje ooit zo gezellig maakten zijn om dwingende redenen uit het klaslokaal verwijderd. Ze waren te gevaarlijk, hun ogen te doordringend, de blikken verontrustend.
Hetzelfde geldt voor het speeltapijt, dat door de directie en op aanraden van bezorgde ouders werd vernietigd, nu recent wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat de kunststof haartjes wel eens longaandoeningen zouden kunnen veroorzaken.
Daarna volgden de grauwe blokken klei, waar prille plastisch kunstenaars hun roeping mee ontdekten tijdens het maken van een cadeautje voor moederdag. De klei bevatte zware metalen, die voor vernauwing van de aders kan zorgen. De stempelinkt zat vol met pcb’s, de potjes lijm vol gruwelijke koolstofverbindingen. Nu spelen de kindjes monopolie, op gladgeschuurd linoleum, hun handjes in steriele handschoentjes. De  Vlaamse kindjes van vandaag hebben speciale noden, allergietjes en bijbehorende medicijntjes en dat dankzij ouders die hen tegen alles en zichzelf willen beschermen. Niets daarvan in Nederland. Daar mogen de kleuters nog tegen het raam spuwen, met kettingzagen en kepers spelen, daar blaast de nieuwe van Ghiu door het klaslokaaltje.
Ghiu is een staalhard post punk trio uit Zuid-Holland dat voor hun laatste ‘Songs without animals’ al eerder drie schuursponsjes uitbracht bij het zelfopgerichte sic – rec label. De bandleden hebben namen als The Blodger, Skills ltd. en Shabby inC., maar dat schijnt een nieuwe modegril te zijn bij onze noorderburen.
De plaat schiet uit de startblokken met ‘To Wear a Crown’, een track als een scheermes, waarvan de roestige hoeken en kanten doen denken aan het abstracte van Shellac. Herrie in herhaling, tot het pijn begint te doen. Dat hebben we graag.
‘A Door Named X’ klinkt daarna als een lentebriesje, het is niet de bedoeling de luisteraar vanaf de opener al knock-out te meppen. Toch ontstaat  er ook vanaf de eerste noot uit de industrieel aandoende riff van dit nummer een sfeer die je in spasmen doet samentrekken en als een waarschuwing klinkt voor naderend onheil. Ghiu bewijst hier een band te zijn die geen cadeaus geeft en zijn ideeën optimaal weet te benutten. Laag per laag wordt het nummer bedachtzaam opgebouwd, zonder het ooit te moeilijk of vervelend te maken.
‘Hollow’ gaat verder op hetzelfde élan. Een enkele monolithische gitaarriff blaast op de achtergrond, bass en drums verhakken het geheel in hapklare brokken en Shabby inC. gaat als een wildeman tekeer aan de microfoon. Dat het geheel even abrupt en hoekig eindigt als het was begonnen pleit voor de vindingrijkheid van deze band.
Om de verveling en eentonigheid uit de weg te gaan heeft Ghiu een bijzondere methode ontwikkeld, die in ‘Other’ en ‘Frozen Elephant’ kort wordt gedemonstreerd. Laat de luisteraar een adempauze tussen de schietpartijen, geef hem de kans eventjes bekomen om hem daarna meedogenloos weer neer te knuppelen. Op het moment dat u zich even weer helemaal ontspannen voelt valt een muur van wringende gitaarakkoorden, effecten en keyboards je op de nek. Niets is wat het lijkt.
‘Sheepman’ gaat dan meteen weer chaotisch van start, als een explosieve opeenvolging van gitaarriffs en schreeuwende zang die in de loop van de track kopje onder gaan in een strijd met gierende elektronica. Een muzikale Apocalyps die moet eindigen in complete chaos en totale vernietiging.
Afsluiter ‘Big Fish’ is meteen de langste track van ‘Songs without animals’ en neemt iets meer tijd om zichzelf te ontplooien. Het is een rustiger nummer, waarin de band achterom lijkt te kijken om de schade op te meten, ziet dat iedereen tegen de grond ligt en weet dat het goed is.
Ghiu slaagt erin vernieuwend uit de hoek te komen, verrassend, vernietigend. In een minimale bezetting van bass, gitaar, drums, zang en enkele elektronische effecten bewijst de band dat eenvoud nietsontziend kan zijn.
Niets dan lof over deze Nederlandse kernexplosie? Op de structuur van de tracks, de sfeer en de ideeën die erin verwerkt zijn valt weinig aan te merken, maar door de opeenstapeling van eindeloze lagen lawaai en effecten wordt de aandacht soms van de essentie weggehaald. ‘Songs without animals’ kon misschien iets subtieler door de mix gehaald zijn, maar maakt toch nieuwsgierig naar wat deze band live kan.

Piet Notteboom</description>  </item>  <item><category>Review</category> 
<guid>http://www.kinkystar.com/index.php?section=4338&amp;newsitem=17624</guid>  <title>Matador: </title>  <description> Try Harder EP

Instant, kant en klaar, readymade. Wie tegenwoordig de handen nog vuil maakt is verkeerd bezig. We naderen meer en meer de tijd waarin het behalen van een diploma, het kopen van een auto of het adopteren van een kind niet meer is dan een formaliteit, het inloggen op een website of het bezoek aan een automaat. Begin en einde, start en succes worden nog slechts van elkaar gescheiden door de toevoeging van een kopje heet water. Het leven hoeft niet per sé zo moeilijk te zijn. Dat het kant en klaar principe nu ook ingang vindt in de muziek bewijst Kortijkse band Matador met de release van hun eerste EP, Try Harder. Hun allereerste live optreden in 2005 was goed voor een selectie op Westtalent, het tweede voor die op Humo’s Rock Rally. Toegankelijke, meezingbare, radiovriendelijke poprock, zo bekomen door toevoeging van een kopje heet water. Heerlijk snel, maar zoals u weet is instant soep wel vaker aan de fletse kant.
Dat deze band een blitzcarrière startte is wel het minste dat je kan zeggen. Van niets naar iets en van iets naar alles, dat moet zo ongeveer de strategie geweest zijn toen de band begon aan de opnames van de EP in de Lachappele Studios in Waimes, home town van de enige echte Pop Academy. Hier worden sterren geboren en sterren gemaakt, contracten versierd en EP’s opgenomen, zo ook deze van Matador. Voor de mixing riepen de heren de hulp in van Mike Butcher, die eerder met Black Sabbath werkte en Uwe Teichert, van onder andere Flip Kowlier en Admiral Freebee, nam de mastering voor zijn rekening. Aan ambitie en gedrevenheid hebben de jongens uit de vlashoofdstad duidelijk geen tekort.
De EP bevat vijf nummers en opent met Even Now, een gemoedelijke poprock song waarvan wij ons zo kunnen inbeelden hoe hij over een zomers terrasje waait. De song is gevarieerd en goed opgebouwd, klinkt fris en frivool, waardoor hij als opener kan tellen, maar blijft een beetje vrijblijvend. Laat één ding duidelijk zijn, dit is pop, muziek waar je vrolijk  van wordt en waarvan de melodietjes catchy, ringtone-proof materiaal zijn. Pop is ok, pop is goed, maar of deze melodieën sterk genoeg zijn om zich in je hoofd te nestelen is een andere vraag.
Midclass View, tweede track op de EP maakt nogmaals duidelijk dat die van Matador weten hoe je een nummer maakt. Zowel qua structuur als qua sound zit alles goed, op een toegankelijke en radiovriendelijke Amerikaanse poprock leest geschoeid. Deze EP kan zeker een radiosucces worden, vooral dankzij Call Ahead, het derde nummer op de plaat.
Making It Easier is een nummer dat je, zelfs bij de eerste luisterbeurt zo staat mee te zingen. Dat is een goed teken, de melodie is catchy en aanstekelijk. Dat is een slecht teken, want het klinkt alsof je dit nummer al in een honderdtal andere versies hebt gehoord.
Afsluiter Every Reason Has A Reason is rustige song waarbij Matador het publiek vraagt de aanstekers in de lucht te zwaaien, armen in elkaar te haken, je buurman te kussen en te genieten van een gevoelig moment. Dat zal het publiek met plezier doen, gevoelige momenten als dit ze zijn immers het gewend van bij Coldplay, James Blunt en softboys allerhande.
Alles klinkt goed, alles klinkt fijn, maar ik heb een flauw vermoeden dat ik dit straks allemaal ben vergeten. Matador brengt  een EP vol kwalitatieve en bijzonder radiovriendelijk poprock, maar ook niet meer dan dat. Ideale schoonzonen hebben we stilaan genoeg in de rockwereld van dit land. Maar hebben ze dan niet bewezen dat ze een beloftevolle band zijn, hebben ze Westtalent en de Rock Rally niet gehaald op hun eerste en tweede optreden ooit? Absoluut, ik kan voor me zien hoe Matador in een set van drie nummers aantoont dat ze songwriters van de beter soort zijn. Anderzijds kan ik me ook inbeelden hoe de dames en heren juryleden van deze wedstrijden toch op zoek zijn naar een band die net dat andere geluid meebrengt, die net durft doen wat Matador niet doet, een band die iets gevaarlijker is, die buiten de lijntjes durft kleuren.

Piet Notteboom</description>  </item>  <item><category>Review</category> 
<guid>http://www.kinkystar.com/index.php?section=4338&amp;newsitem=17413</guid>  <title>Yobkiss: </title>  <description> Nu het zilte water van de stijgende zeespiegel stilaan voor dreiging zorgt in moeders achtertuin ontstaat er bij de parochianen een misplaatste en hopeloos achterhaalde bezorgdheid om het milieu. Na de psychiatrische begeleiding en het vrijlaten van twee manisch depressieve egels besloot de gemeenschap de goodwill niet langer tot de dierenwereld te beperken. Tijd dat de aandacht wordt verschoven.
Super Mario is het noorden kwijt. Op de zolders en in de rommelhokken van de beschaafde wereld liggen dozen vol vergeten spelconsoles. Wat vroeger veruit het populairste item van het speelhoekje was, getuige het geram op de controllers en de vette kindervingers op het scherm, staat nu in de vergeethoek te bestoffen. Uit het oog is uit het hart en net daarom hebben goeddoeners en vrijwilligers in deze berg intelligent plastic een nieuw levensdoel gevonden. Nederlandse band Yobkiss neemt het voortouw en laat de eerste gameconsole los in de vrije natuur. Het resultaat is een storm van willekeurige eentjes en nulletjes, een ballet van de bleeps en beats, gespleten laptops en organisch versmolten keyboards.
Yobkiss ontstond in 2006 als een uit de hand gelopen performance van het kunstenaarscollectief Antistrot uit Rotterdam en terwijl u zich bij die woorden een stel losgeslagen idioten voorstelt die een laptop in twee zagen zijn de jongens van Yobkiss daar al lustig mee bezig. Men neme een Apple en men gooie hem tegen de straatstenen. Trash, mesh, crossover fusion beats confronteren je als luisteraar met de grenzen van je gehoor. Hoe lang zal je gefrustreerd vastklampen aan alles dat enigszins herkenbaar is en wanneer laat je je meenemen in de elektronische storm.
Yobkiss speelt een spel met elementen uit verschillende stijlen en genres en steekt zonder om te kijken grenzen over. Tegen de eentonigheid en nodeloze herhaling die voor veel elektronische live-acts het grootste gevaar vormen introduceert Yobkiss steeds nieuwe lagen, ideeën en stromen. Zo blijven alle nummers interessant. Moet gezegd: deze digitale dartelheid is eerder op  de dansvloer dan op het haardvuur gericht, niet geschikt voor het etentje met grootmoeder.
Yobkiss, binnenkort op een gameconsole in uw buurt.

Piet Notteboom</description>  </item>  <item><category>Review</category> 
<guid>http://www.kinkystar.com/index.php?section=4338&amp;newsitem=17333</guid>  <title>Little Elmo: </title>  <description> De nacht valt in de polder – Little Elmo 
Een landschap van aaneengeregen zwarte akkers, een niemandsland waarvan de vette omgeploegde grond glimt tussen eindeloze rijen populieren. In de witte boerderijen die her en der over het land zijn verspreid wonen boeren met ruwe handen en even ruwe stoppelbaarden, een sigarettenpeuk die al sinds de vijftiger jaren in de mondhoek lijkt te hangen. Dit is de polder, waar de mist zich elke dag een weg zoekt over de velden en de wegels om uiteindelijk glinsterend tegen de braamstruiken aan te slaan. Mysterieus en magisch, het landschap waar Little Elmo zijn inspiratie vind. 
Little Elmo is een vijfkoppige band die (deels) afkomstig is uit het West-Vlaamse Gistel en waarvan de leden in het Gentse resideren. Samengesteld uit muzikanten van verschillende bestaande en reeds ter ziele gegane projecten brengt Little Elmo een subtiel afgemeten mengvorm van invloeden en ideeën, zonder daarbij de uiteindelijke richting uit het oog te verliezen.
De softe ballades van Little Elmo lijken haast onlosmakelijk verbonden met het feeërieke polderlandschap: eerst grimmig en donker, dan weer sprookjesachtig en breekbaar, maar altijd welgemeend en eerlijk. Dat blijkt vooral uit zeer sterk gearrangeerde songs als ‘Hide Away’, Lay Lay Lie’ en ‘Princes Story’, waarin akoestische gitaar, pluche drums en bas parelend worden bijgestaan door mysterieuze elektronica en melodisch slagwerk.
‘Hide Away’ is een van die nummers waarvoor een mens het woord ‘mooi’, bij gebrek aan beter, nog eens in de mond zou nemen. Een goede tekst die door knappe en begeesterde stemmen op een ingenieuze manier wordt verweven tot iets dat aan een kreunend en klagend slaaplied doet denken, dat is mooi, dat is pakkend.
‘Lay Lay Lie’ lijkt eerst op dezelfde leest geschoeid: klaar om op een begrafenis zelfs bij de meest geharde polderboeren tranen los te maken. Uit de gitaarmelodie die zowel qua sound als melodie uitblinkt in eenvoud klinkt wrange ernst en donkere tristesse. Voeg daar eenzaam orgel aan toe en de ironie en het cynisme lijken als stroop uit de speakers te stromen. Zeer geslaagd allemaal, kippenvel en chronische spasmen, wachtend op een stem als een schuurpapier, recht uit het graf, de Mark Lanegan van Gistel. Die nieuwsgierigheid en dat verlangen worden echter gekelderd op het moment waarop de zang effectief ten tonele verschijnt. De Lanegan van Gistel bleek bijzonder inspiratieloos en wordt hier vervangen door het meest ridicule zanglijntje sinds ‘who let the dogs out’. Het nummer, dat zo sterk was opgebouwd gaat een beetje verloren in wat een eindeloze herhaling van non-lyrics lijkt. Een andere tekst en we hebben een goed nummer in handen.
Ook ‘Princes Story’ (sic) bewijst dat Little Elmo zich zeer bewust is van sound en sfeer. Fluisterende zang en begeleiding als sneeuwvlokjes brengen in deze filmische compositie een geheime wereld tot leven, als een muziekdoos die al honderd jaar onderin de kast staat, popelend om geopend te worden. Toch lijkt ook hier de zang net iets te weinig relevant om het nummer te dragen, waardoor de song naar het einde toe een beetje vrijblijvend aanvoelt. Wat wil dit nummer me eigenlijk zeggen?
Ietwat een vreemde eend in de bijt is ‘Drink My Wine Dear’. Enerzijds is dezelfde naïeve eerlijkheid als in de overige tracks duidelijk aanwezig. Anderzijds zorgt ‘Drink My Wine’ ervoor dat de set van Little Elmo niet als een geheel aanvoelt. Het nummer doet, door zijn eenvoudige gitaar- en  keyboardpartijtjes, een beetje aan Granddaddy denken.
De mensen van deze band weten wat ze doen, ze weten wat ze willen, waarom ze het willen en hoe ze het kunnen bereiken. De demo bestaat uit vier nummers die stuk voor stuk goed gearrangeerd, sterkt gecomponeerd en echt doorleefd zijn. Een sterk staaltje finesse en subtiliteit, al lijken sommige nummers iets in zich te hebben dat nog niet helemaal te horen is. Klinkt als: veelbelovende start. 

Piet Notteboom
</description>  </item>  <item><category>Review</category> 
<guid>http://www.kinkystar.com/index.php?section=4338&amp;newsitem=17297</guid>  <title>Nicad: </title>  <description> Nicad (van alles wat en God weet waarom)
Een Japanner, een Nederlander, een Israëli, een Chileen, een Amerikaan en een Duitser ontmoeten elkaar in Den Haag. Het begin van een bijzonder langdradige grap die elke toehoorder in een eindeloze opeenvolging van plotwendingen op het verkeerde been zet en uiteindelijk teleurgesteld laat afdruipen. De bandleden van Nicad zijn van alle uithoeken van de aardkloot afkomstig en ontmoetten elkaar in het Haags Koninklijk Conservatorium. Wie dacht dat studenten van de opleiding Sonologie niets anders doen dan pianosuites voor elektrische tandenborstel componeren heeft het verkeerd. Van het geluidsexperiment is bij de eclectische poprock van Nicad weinig te merken. Zelf noemen ze het resultaat electronic indie funk, wij hadden er graag nog de termen emo, wave, folk, trash, crap bij gegooid.
Laat eerst en vooral duidelijk zijn dat Nicad een band is van zeer hoog technisch niveau. De zes, allen geschoolde musici, beheersen hun instrument tot en tot het absolute maximum. Niemand staat ooit zomaar zijn partijtje af te haspelen, binnen de band wordt naar hartelust met de structuren van songs gespeeld. Er wordt geknipt en geplakt als ware het een knutselnamiddag en de band springt zonder enig probleem van een Weense wals naar een bossa nova. Draaien en keren, muziek vol schijnbewegingen, de luisteraar op het verkeerde been, hoogst interessant allemaal. Tot op het moment waarop de band zelf niet meer goed weet waar ze nu precies naartoe wilden en de luisteraar ontregeld en geïrriteerd met de handen in het haar zit.
Van de electronic indie funk die Nicad beweert te brengen hebben wij geen noot gehoord. Popsongs, Beatles en Radiohead, integere singer-songwriter, recht door zee gitaarherrie, bijzonder emotionele ontboezemingen en brave huismoeder psychedelica, dat wel. Met geen van deze elementen is iets verkeerd, maar ze allemaal binnen de het verloop van één song laten voorkomen is misschien een beetje teveel van het goede.
The Grey bijvoorbeeld, gaat van start met een gitaartje dat nog ergens bij George Harrison op zolder lag te verkommeren en ontpopt zich tot een oncontroleerbare wervelwind van stijlen en genres. Een voorspelbaar bluespatroon wordt verhakkeld door abstracte, fragmentarische en schreeuwerige zang, terwijl de computer zijn klinische bliepjes en piepjes aan het geheel toevoegt. Wie dacht het grapje door te hebben wordt geconfronteerd met de transformatie van het nummer die zijn weerga niet kent. Komen achtereenvolgens aan bod: psychedelische keyboard trip (braaf en toegankelijk, voor luisteraars van 9 tot 99), melodramatische meezinger à la Queen en tot slot een kleffe singer-songwriter, op maat van het kampvuur voor de Chiro-meisjes. Technisch zeer hoogstaand allemaal, maar hetzelfde geldt voor vliegtuigen en die maken me ook kotsmisselijk.
‘Vreselijke plaat?’, hoor ik u vragen. Ja en nee. Het is duidelijk dat Nicad technisch een zeer hoogstaand project is waarin zes geschoolde muzikanten hun kunnen demonstreren. Maar dat is misschien net het probleem met deze band. Het klinkt allemaal alsof er drie leden teveel zijn en Nicad maar beter in twee afzonderlijke driemansprojecten kan worden opgesplitst. Enerzijds staan er een aantal ronduit frustrerend nummers op de plaat. Daarbij denk ik aan de opener Chaos, de tweede track The Grey en het nummer Hypocrisy, dat een prachtige toekomst als middel tegen levenslust tegemoet gaat.
Toch staan er ook een aantal goede songs op de plaat. Greatest Thing en Close zijn intiem en oprecht, waar eenvoudige maar pakkende melodieën bij zang, gitaar en piano met elektronica worden gebroken maar nooit vernietigd. Sell Me Something is het sterkste nummer op de plaat, teder en melancholisch, al is loert het gevaar voor meligheid dreigend om de hoek.
OOR schreef: ‘there is funk in their rock songs, Latin in their jazz, rock in their hip-hop, and modern electronics in their blues.’ Soundclash is in, soundclash is fris, maar klinkt hier een beetje stuurloos.
- Juice, Demo, 2004, eigen beheer
- Balance And Fairness, compilatie, 2005, Dying Giraffe Recordings
- Every Day I Grow, full album, 2005, Dying Giraffe Recordings
- In de maak: ‘The Hill’, EP

Piet Notteboom</description>  </item>  <item><category>Review</category> 
<guid>http://www.kinkystar.com/index.php?section=4338&amp;newsitem=17273</guid>  <title>Zilke: </title>  <description> Zilke
Ook de leden van de laatste band in onze selectie zijn geen nieuwkomers in de muziek. Zilke is een Gents semi-akoestisch of semi-elektronisch kleinkunstproject dat is ontstaan uit de chaotische en eclectische geesten van Eric Kempeneers, Paul Cassiers, Wim Deliveyne.
Voor het opnemen van tracks met namen als Mascaramystiek, Boerenkost of Donderdag hebben de heren geen studio’s, gigantische mengpanelen of grootse technologie nodig. Alles is een bruikbaar instrument voor Zilke, de laptop, gitaar, koekenpan en desnoods het scheerapparaat moeten eraan geloven. Terwijl moeder de vrouw aan de haard in een sissende pan braadworst staat te prikken schrijft het drietal melancholische songs waar de een oervlaamse eerlijkheid gecombineerd wordt met invloeden allerhande. Een streepje Duitse spoken-word, kinderlijke gitaar-en pianomedlodietjes, Oosterse achtergronden, alles kan.
Zilke is een van die bands die de hele tijd balanceert op de grens tussen gefaalde kunstprojecten, relativering en zelfspot, voor mij al reden genoeg om van Zilke een interessant project te maken. Terwijl je je als luisteraar afvraagt of de heren van Zilke het slachtoffer van een rolberoerte zijn geworden schreeuwen Blixa en Einstürzende bitter ernstig in de achtergrond.
‘Donderdag, donderdag, kwart over tien. Het miezert de neerslag, het is veel te kil, veel te vroeg, nu al genoeg’, terwijl wij net op meer zaten te wachten. Zilke is even gek als geniaal, beschonken als bescheten, moeilijk een ernstige mening te hebben over een band die zichzelf lijkt uit te lachen.
Piet Notteboom</description>  </item>  <item><category>Review</category> 
<guid>http://www.kinkystar.com/index.php?section=4338&amp;newsitem=17274</guid>  <title>Thin Line Men: </title>  <description> Net zoals de vorige band is Thine Line 
Men geen splinternieuw project. De vier uit Oostende brachten in de loop van hun bestaan al een collectie aan ep’s, demo’s en minicd’s uit (Mindblower, Sonically Speaking). Hun laatste productie Hitch-Hiker, 2005, is een ep maar heeft zonder twijfel de geluidskwaliteit en de songs om als full album uitgebracht te worden
Zoals het Nederlandse OOR over de band schreef is hun stijl of geluid niet zo makkelijk te definiëren, maar sinds wanneer is dat een minpunt? Algemeen doet het allemaal een beetje aan bands als Stone Roses of INXS denken. Electronica en keyboards worden met rockgitaren verweven tot een fris en opzwepend geheel. Dansbare droomlandschappen die zich langzaam ontplooien op het ritme van drums en keyboardpatronen, weggelopen uit de hoogdagen psychedelische jaren ’80 en ’90.
De klagerige, ijle en hijgende zang benadrukt de link met INXS nog meer. Wie van rokerige clubs houdt waar bezwete lichamen tegen elkaar aan schuren op het traag pompende ritme van synths en repetitieve drums zal Thin Line Men weten te smaken.
Vernieuwend? Misschien niet echt, maar Thin Line Men is duidelijk een volwassen band, waarvan de songs zijn afgewerkt tot gehelen waarbij elk element de andere ondersteunt. Afwisseling van stevige jaren ’90 als Dinosaur Jr. tot psychedelische jaren ’80, Thin Line Men heeft een eigen sound en dat hebben ze ook gehoord bij Goddeau, waar de band in de demowedstrijd van 2007 tweede eindigde in de algemene competitie en tot overall beste band van zowel de pop-als de rockselectie werd gebombardeerd. Wat kunnen wij daar tegen in brengen?
Vervolg vorige pagina
Piet Notteboom
</description>  </item> </channel></rss>  