Ghiu
Ghiu – Songs without animals
De kleuterklas is niet meer dezelfde. De cavia’s, konijnen en goudvissen die het leeshoekje ooit zo gezellig maakten zijn om dwingende redenen uit het klaslokaal verwijderd. Ze waren te gevaarlijk, hun ogen te doordringend, de blikken verontrustend.
Hetzelfde geldt voor het speeltapijt, dat door de directie en op aanraden van bezorgde ouders werd vernietigd, nu recent wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat de kunststof haartjes wel eens longaandoeningen zouden kunnen veroorzaken.
Daarna volgden de grauwe blokken klei, waar prille plastisch kunstenaars hun roeping mee ontdekten tijdens het maken van een cadeautje voor moederdag. De klei bevatte zware metalen, die voor vernauwing van de aders kan zorgen. De stempelinkt zat vol met pcb’s, de potjes lijm vol gruwelijke koolstofverbindingen. Nu spelen de kindjes monopolie, op gladgeschuurd linoleum, hun handjes in steriele handschoentjes. De Vlaamse kindjes van vandaag hebben speciale noden, allergietjes en bijbehorende medicijntjes en dat dankzij ouders die hen tegen alles en zichzelf willen beschermen. Niets daarvan in Nederland. Daar mogen de kleuters nog tegen het raam spuwen, met kettingzagen en kepers spelen, daar blaast de nieuwe van Ghiu door het klaslokaaltje.
Ghiu is een staalhard post punk trio uit Zuid-Holland dat voor hun laatste ‘Songs without animals’ al eerder drie schuursponsjes uitbracht bij het zelfopgerichte sic – rec label. De bandleden hebben namen als The Blodger, Skills ltd. en Shabby inC., maar dat schijnt een nieuwe modegril te zijn bij onze noorderburen.
De plaat schiet uit de startblokken met ‘To Wear a Crown’, een track als een scheermes, waarvan de roestige hoeken en kanten doen denken aan het abstracte van Shellac. Herrie in herhaling, tot het pijn begint te doen. Dat hebben we graag.
‘A Door Named X’ klinkt daarna als een lentebriesje, het is niet de bedoeling de luisteraar vanaf de opener al knock-out te meppen. Toch ontstaat er ook vanaf de eerste noot uit de industrieel aandoende riff van dit nummer een sfeer die je in spasmen doet samentrekken en als een waarschuwing klinkt voor naderend onheil. Ghiu bewijst hier een band te zijn die geen cadeaus geeft en zijn ideeën optimaal weet te benutten. Laag per laag wordt het nummer bedachtzaam opgebouwd, zonder het ooit te moeilijk of vervelend te maken.
‘Hollow’ gaat verder op hetzelfde élan. Een enkele monolithische gitaarriff blaast op de achtergrond, bass en drums verhakken het geheel in hapklare brokken en Shabby inC. gaat als een wildeman tekeer aan de microfoon. Dat het geheel even abrupt en hoekig eindigt als het was begonnen pleit voor de vindingrijkheid van deze band.
Om de verveling en eentonigheid uit de weg te gaan heeft Ghiu een bijzondere methode ontwikkeld, die in ‘Other’ en ‘Frozen Elephant’ kort wordt gedemonstreerd. Laat de luisteraar een adempauze tussen de schietpartijen, geef hem de kans eventjes bekomen om hem daarna meedogenloos weer neer te knuppelen. Op het moment dat u zich even weer helemaal ontspannen voelt valt een muur van wringende gitaarakkoorden, effecten en keyboards je op de nek. Niets is wat het lijkt.
‘Sheepman’ gaat dan meteen weer chaotisch van start, als een explosieve opeenvolging van gitaarriffs en schreeuwende zang die in de loop van de track kopje onder gaan in een strijd met gierende elektronica. Een muzikale Apocalyps die moet eindigen in complete chaos en totale vernietiging.
Afsluiter ‘Big Fish’ is meteen de langste track van ‘Songs without animals’ en neemt iets meer tijd om zichzelf te ontplooien. Het is een rustiger nummer, waarin de band achterom lijkt te kijken om de schade op te meten, ziet dat iedereen tegen de grond ligt en weet dat het goed is.
Ghiu slaagt erin vernieuwend uit de hoek te komen, verrassend, vernietigend. In een minimale bezetting van bass, gitaar, drums, zang en enkele elektronische effecten bewijst de band dat eenvoud nietsontziend kan zijn.
Niets dan lof over deze Nederlandse kernexplosie? Op de structuur van de tracks, de sfeer en de ideeën die erin verwerkt zijn valt weinig aan te merken, maar door de opeenstapeling van eindeloze lagen lawaai en effecten wordt de aandacht soms van de essentie weggehaald. ‘Songs without animals’ kon misschien iets subtieler door de mix gehaald zijn, maar maakt toch nieuwsgierig naar wat deze band live kan.
Piet Notteboom |